Verhaal

Gereformeerde MULO 't Haagje

Je diploma halen

Als zoon van een Molukse ex-KNIL soldaat die absoluut de nederlandse taal niet machtig is moet ik letterlijk 'vechten' om mijn diploma te halen.

MED_0019

                                                                                                                         Max Lopulisa geheel rechts.

Einde zomer 1958 de laatste (6e) klas Lagere School in Pesse verlengd met een 7e klas voor bijlessen in Frans, Engels, Algebra en Meetkunde, omdat ik had gekozen om naar de MULO in Hoogeveen te gaan.

Het werd de Gereformeerde MULO aan het 't Haagje en de studierichting(diploma) MULO A + Wiskunde.

Dit dankzij de beheerder van kamp Stuifzand de heer Pit. Pit hielp mij met de gesprekken de directeur van de MULO, de heer Wyrdeman. Samen lukte het ons de directeur te overtuigen dat ik deze studie aankon. Want, zoals gememoreerd, mijn vader sprak geen Nederlands, behalve JA, NEE, jongejonge en GVD. Misschien nog wel meer woordjes, maar dit zijn de woorden die mij opvielen.

Alles was nieuw, de lessen, de leraren, de klasgenoten En bovendien alleen op de fiets al die kilometers elke dag heen en terug van kamp Stuifzand naar Hoogeveen en terug. De winters waren het ergste. Dat vonden mijn ouders ook erg en daarom kochten ze een BATAVUS HUSKY bromfiets voor mij. Hoe ze aan het geld kwamen is mij een raadsel, maar ik heb mijn vermoeden. Trots als een pauw kwam ik aantuffen bij de ingangspoort van de school onder veel bekijks van de schoolgenoten. Later besefte ik dat het in die tijd een unicum was dat je zo'n bromfiets had. Ik moest wel bijklussen om aan benzinegeld te komen.

De leraren van de school keken mij enigszins vreemd aan, omdat ze wisten wie mijn ouders waren en waar ik vandaan kom. "Hij rijdt op een dure bromfiets";hoorde ik fluisteren. Maar ik liet me daar niet door storen en stortte me op de lessen.

Uitdaging

Zoals gezegd, alles was nieuw. De lesstof vooral was een enorme uitdaging. Vooral het gebruik van de nederlandse taal in de wiskunde. Niemand thuis kon mij er bij helpen. Ook mijn oudere broer en zus konden geen helpende hand toesteken. Mijn broer; "Wiskunde! Nog nooit van gehoord, wat is dat?". Ik heb me er in vastgebeten. Wat ik niet snapte vroeg ik in de klas aan de leraar of hij dat nog eens wil uitleggen. Tot grote blijdschap van sommige klasgenoten, die te bescheiden of bleu waren om het zelf te vragen.

Maar huiswerk maken daar had ik een grote hekel aan. Vooral de vakken die mijn interesse niet hadden. Bij Wiskunde deed ik vaak geen huiswerk, omdat ik de stof machtig was en begreep waar het om ging. Bij het begin van de lessen werd door de leraren eerst gecontroleerd of iedereen het huiswerk had gemaakt. Zei je NEE op die vraag dan had je zonder blikken of blozen een onvoldoende te pakken. En die tellen mee voor de rapportcijfers. Ik kreeg het voor elkaar om bijna overal op een zesje uit te komen. Behalve Wiskunde. De naam van de leraar Wiskunde was naar ik meen de heer Fransen. Talloze keren heeft hij mij bestraft met een 'zware' onvoldoende. 

Ik spring van het dak.

Het laatste jaar 1965 op de MULO brak aan. In de eindexamenklas werd extra aandacht besteed aan iedere zwakke leerling.

De heer Fransen beloofde mij dat hij van het dak van de school zou springen als ik een voldoende voor Wiskunde zou halen. Ik behaalde een 9 voor Wiskunde., maar de heer Fransen is niet van het dak gesprongen en ik heb hem ook nooit meer gesproken. Die tijd op de MULO zal ik nooit vergeten. Teveel meegemaakt om dat allemaal hier te vertellen, maar de beloofde sprong is mij altijd bijgebleven. 

 

 

 

Media

Max Lopulisa

Aanvulling op MULO 't Haagje

De conclusie van Ida dat de leraar geen vertrouwen had is voorbarig. Hij wist dat ik het wel kon, maar was verbolgen dat ik zijn autoriteit als leraar ondermijn door geen huiswerk te maken. Bij een persoonlijke beurt aan het bord voor de klas scoorde ik altijd wel. Bij zo'n persoonlijke beurt moet de leerling een vraagstuk of opgave oplossen terwijl de hele klas meekijkt.

Hierdoor steeg mijn aanzien bij de klasgenoten. Elke wiskundige vraagstuk kan je op verschillende manieren benaderen. De essentie van wiskunde is vaak: Herken je de wiskundige formules in het vraagstuk, die te gebruiken zijn? Eerst de formule herkennen en dan bepalen welke onbekende variabelen er in zitten. Door de onbekenden tegen elkaar weg te strepen hou je een standaardformule over, die je dan eenvoudig kan invullen, soms tot verbazing van de klasgenoten. 

Het voorgaande is met getallen werken. In de Meetkunde gaat dat anders. Ik bedoel dan werken met figuren en vormen. Stereometrie of Ruimtelijke Meetkunde is daar een onderdeel van. Hier gaat het vooral om je ruimtelijke inzicht. Het herkennen van de wiskundige vormen is van belang om een wiskundige formule te zoeken die oplosbaar is. Ook in de Stereometrie zat ik boven het niveau van een flink deel in de klas. Dat merkte ik omdat ik vaak werd aangesproken door de klasgenoten als zij er geen weg mee weten.

Tegenwoordig wordt alles door een computer doorgerekend, omdat de formules al in de software is verwerkt. Dat worden algoritmes genoemd. Het grootste voordeel van een computer is dat je talloze manieren kunt uitproberen om een probleem op te lossen in een zeer korte tijd. Maar dan nog moet je wel begrijpen hoe die computer aan dat antwoord komt m.a.w. welke formule is er gebruikt?

Verhalenwerf

Op school

Top verhaal. Heel interessant om zo te lezen wat u hebt meegemaakt. Daar kunnen wij alleen maar naar raden. Ik ben eigenlijk nog wel benieuwd hoe de omgang met klasgenoten was. De leraar had duidelijk niet veel vertrouwen.

Van Gita Lopulisa heb ik een foto gekregen, deze plaats ik bij het verhaal. Mocht u zelf nog (beter passende) foto's hebben dan zou het mooi zijn wanneer deze er ook bij kunnen. (Mag u zelf doen, of aan de redactie sturen.) 

 

vr. Groeten Ida Henstra, redactie.