Verhaal

Interview Hans van Beek

thumbnailRVXWI8LP.jpg

'Spelen is het allermooiste’

De muzikale carrière van Hans van Beek begon in de jaren tachtig, het einde van de periode die bij Meziek uut Veen in beeld wordt gebracht. In die jaren was hij een tiener die niets liever deed dan muziek maken. En hoewel hij ook een carrière opbouwde in een ander vakgebied, is musiceren nog steeds zijn grootste passie.
 
Van Beek, geboren en getogen in Hoogeveen, is bij het publiek bekend van bands als St. Louis, Matchstick en DuoSonic. Hij is gitarist en bassist, maar is zijn roots nooit vergeten. Het begon met blokfluitles, net als bij veel anderen. Daarna ben ik dwarsfluit gaan spelen en ik houd nog steeds van de fluit, ook van de blokfluit. Veel kinderen gooiden hem in de hoek zodra ze een instrument konden kiezen, maar ik speel er nog steeds graag op.
 
Op school
Het eerste bandje waar Hans onderdeel van uitmaakte, was een schoolband genaamd Vision. In 1981 was ik vijftien en ik zat op de OSG, maar kende een paar jongens van het Mac. Ze waren ouder en ik mocht vooral de gitaren van de anderen stemmen, maar het was wel mijn eerste kennismaking met spelen in een band. De groep ging uit elkaar, maar daarna werd ik door Hielke Hebers gevraagd om een bandje te beginnen. Hielke zat ook op het Mac, woonde in Dedemsvaart en was gitarist. Samen met drummer Nico Jonker, ook uit Dedemsvaart, vormden we Seymour en speelden in het voorprogramma van ‘AA and the doctors’ in de Tamboer in '82. Ik speelde basgitaar en zong voor het eerst. We mochten wel eens in De Tamboer optreden bij groepenpresentaties. Dat vonden we een hele eer en daar waren we ook heel nerveus voor, maar het was tegelijkertijd geweldig om te merken dat onze muziek iets deed met het publiek. Ik was toen een jaar of zeventien. Later in '84 kwamen pianist Raymond Bruinsma en gitarist Herman van den Dolder erbij en veranderden we onze naam in Dharma for One, naar een nummer van Jethro Tull.


In de muziekstudio achter zijn huis blikt Hans grijnzend terug op die tijd. Bij Dharma for One speelde hij met muzikanten die hij nu nog steeds bewondert en de band schreef eigen nummers. Bovendien was de stijl het beste te omschrijven als symfonische rock, waar Hans een groot liefhebber van is. Ik houd van rock en vanwege die liefde voor de fluit is de liefde voor symfonische rock niet meer dan logisch. De fluitist Ian Anderson van Jethro Tull was mijn grote voorbeeld en we lieten ons ook inspireren door bands als Genesis en Camel. Een mooie tijd, zeker toen we Bert Louissen leerden kennen. Van alle Hoogeveense muzikanten was hij voor mij de norm. Hij kende de hele top 1000 van voor naar achter uit zijn hoofd en wist alles van muziek. Bert had ook een bijzondere manier van spelen en een scherp gehoor. Als hij iets op de radio hoorde, kon hij het vrijwel direct naspelen. Hij sloot zich bij ons aan als pianist, de samenstelling bij optredens veranderde wel eens. Zo was ook Walraad van Dalen regelmatig onze drummer. Bert leerde ons koortjes zingen en samen spelen, hij is een belangrijke coach geweest en werd een goede vriend. Bovendien kenden veel mensen hem en dankzij Bert gingen er deuren open. Via optredens bij de Rotary kwamen we bij een boekingsbureau en als popband St. Louis hebben we regelmatig opgetreden.
 
Combo
Bert Louissen had Dharma for One in 1984 al eens horen spelen, maar de kennismaking volgde pas twee jaar later. In 1984 speelden we in De Tamboer bij een groepenpresentatie. Er speelden vier bands, wij en drie anderen: System met Peter Bos, 2 the Lu met Marco Kerver en Balance met onder andere Rolf Tanger en Harry Bijl. Later vertelde Bert dat hij het leuk vond dat een Hoogeveense band symfonische rock speelde. Toch ontmoetten we elkaar pas later. Dat kwam tot stand via de muziekschool. Gitaardocent Ed Wennink vormde combos en was eigenlijk het verzamelpunt. Bij hem kwam muzikanten bij elkaar. Ik heb mezelf gitaar leren spelen en had wel fluitles op de muziekschool, maar van Ed Wennink heb ik nooit les gehad. Toch heb ik veel van hem geleerd, omdat ik tijdens het spelen in een combo goed op hem en andere muzikanten gelet heb.


Met Bert Louissen, Herman van den Dolder, Raymond Bruinsma en Erik Broeke speelde Hans vanaf 1986 in de voorloper van wat later St. Louis werd. ‘Eerst heette de band Take Four, maar die naam was in de gauwigheid bedacht en beviel niet zo. Ik vond dat Bert meer credits verdiende en hoewel hij dat zelf niet vond, is de band toen St. Louis gaan heten, zodat zijn naam erin zat. Acht jaar lang speelden we samen, in wisselende samenstellingen, zon vijftig tot tachtig keer per jaar.
Hans van Beek ging in die jaren zo op in zijn eigen muziek dat hij nauwelijks oog had voor anderen. Een tijdsbeeld kan ik eigenlijk niet geven, ik keek nauwelijks naar andere bands. We speelden zelf en als ik al een optreden van een andere band bezocht, had ik kritiek of werd ik moedeloos omdat zij zo goed waren. Ik speel gewoon het liefste zelf. Bovendien heb ik altijd in bands gespeeld die deden wat het publiek wilde. Dus we speelden nummers van die tijd, maar ook oudere muziek. En we traden overal op, van de motorclub tot het Jannes van der Sleedenhuis. Voor ander publiek speel je andere muziek en ik genoot van beide. Bij de motorclub speelden we de rocknummers waar ik van houd, zoals Smoke on the water. Daar mocht het ook lekker hard. Maar als ik ouderen zag genieten van de liedjes uit hun jeugd dan genoot ik ook. Als Clouseau of Marco Borsato op nummer één stond, dan speelden we die nummers ook. Uiteindelijk wil je als muzikant zien dat er iets gebeurt bij het publiek en ook al had ik soms wat weerzin tegen een bepaald nummer, vaak ontdekte ik dat het wel knap in elkaar zat of zelfs moeilijk te spelen was. Een eigen gezicht hebben we daardoor nooit gehad, ons belangrijkste kenmerk was onze veelzijdigheid.
 
Lost Illusions, Surprise, Matchstick en DuoSonic
Bands kwamen en gingen, maar Hans van Beek is nooit gestopt met spelen en ook de samenwerking met Bert Louissen was lang succesvol. Samen met Bert vormde ik begin jaren negentig Lost Illusions. We namen twee cds op: Dream Back '(90) en Real Fantasy '(93). In de jaren negentig heb ik ook nog in Surprise gespeeld, de band die ontstond nadat een aantal leden met Balance waren gestopt. Dat Rolf Tanger en zijn broer Kees-Jan met mij wilden spelen was een hele eer. Het zijn goede muzikanten en dat ik als gitarist en zanger een bijdrage mocht leveren aan de band was fantastisch. Surprise bestond verder nog uit Wim Koopman. We speelden naast hits van de dag ook Nederpop: nummers van The Scene, De Dijk en Frank Boeijen, maar ook rock.


Toen Hans merkte dat hij door omstandigheden het plezier in muziek maken enigszins verloor en zijn creativiteit niet meer kwijt kon, besloot hij zelf een band op te richten: Matchstick. Paul Oosterhof werd de drummer, ik was enorm onder de indruk van zijn talent. Ton de Boer speelde toetsen en bas en Sandra van Nieuwland is een jaar lang onze zangeres geweest. Later won ze The Voice of Holland. Ivonne Schoenmaker werd toen onze zangeres en in die samenstelling hebben we veel opgetreden.'
Na al die muzikale samenwerkingen is er nu nog één over: die met zijn vriendin Annette Goede. Ik dacht altijd dat ik een complete band nodig had, maar Annette en ik kunnen het ook heel goed samen als DuoSonic. Annette zingt, ik speel gitaar en zing. We spelen van alles, van de jaren zestig tot nu, met één gitaar, voetpercussie en twee stemmen. In september hebben we met de band The Ricotics met een terugblik op het verleden gespeeld tijdens Uitdagend Hoogeveen. Met The Ricotics spelen we net als vroeger, eigen werk. Van rock tot ballads en van alles wat er tussen zit. Verder sluit ik me regelmatig op in mijn studio, om nieuwe dingen te proberen. Ik vind mijn baan in de zorg boeiend, maar de muziek blijft mijn echte passie.

Alle rechten voorbehouden