Verhalentafel over verdwenen waterrijk in Hoogeveen

De Verhalenwerf hield vrijdagavond in Hoogeveense poppodium Het Podium een Verhalentafel over Het Kruis en de scheepsvaart. Vele belangstellenden luisterden aandachtig naar de herinneringen en anekdotes die de tafelgasten hadden te vertellen. De tafel werd geleid door gastheer Serge Vinkenvleugel en sidekick Albert Wolting.

Hoogeveense krant, verhalentafel 't kruis
De Verhalenwerf hield vrijdagavond in Hoogeveense poppodium Het Podium een Verhalentafel over Het Kruis en de scheepsvaart. Vele belangstellenden luisterden aandachtig naar de herinneringen en anekdotes die de tafelgasten hadden te vertellen. De tafel werd geleid door gastheer Serge Vinkenvleugel en sidekick Albert Wolting.

De mannen namen de aanwezigen mee terug naar vroegere tijden waarin de Hoogeveense scheepvaart een belangrijke rol speelde in de economie. Doordat de schippers een ander vaargebied kregen, werden de scheepswerven opgeheven en het kanaal gedempt. Vijftig jaar geleden begon de demping van Het Kruis, de Schutstraat, Het Haagje en de Alteveerstraat. Hiermee kwam een eind aan een ruim 300 jaar waterrijke omgeving in en om Hoogeveen.

Scheepswerf Rijnvis

Stoffer Kikkert uit Elim stapte in 1956, na zijn militaire diensttijd, aan boord van beurtschip ‘Drenthe’ en ging werken als knecht. Het schip werd in 1924 gebouwd door scheepswerf Rijnvis aan de Alteveerstraat en kreeg in eerste instantie de naam ‘Burgemeester Bouma’. Het gedrag van burgemeester Bouma in de oorlog was echter de reden dat de naam werd aangepast.

„We vervoerden voornamelijk goederen, zoals conserven”, vertelt Stoffer. „Die werden bij Lucas Aardenburg geladen met bestemming Albert Heijn, Simon de Wit en andere grootgrutters.” Aan de Amsterdamse Ruyterkade was een speciale steiger gereserveerd voor De Drenthe. Nadat de vracht gelost was, werd de retourlading ingenomen. „Dan gingen we naar Wormerveer om daar lading op te halen”, vertelt Stoffer. „En bij de Hoogovens in IJmuiden haalden we blik op voor blikfabriek Drenthina.”

Turfvaren

Ook Bé Giethoorn deelt zijn herinneringen. Het is zijn opa die begon met het turfvaren en later ook zijn vader. „Mijn opa woonde aan de Schutstraat en had het turfschip Excelsior. Hij begon met het vervoeren van turf dat hij uit onder andere Barger-Oosterveld en Klazienaveen haalde.” Het was volgens Giethoorn hard werken en zware arbeid. „Nadat de mannen het turf aan boord hadden gebracht, werd het door de vrouwen gestapeld. Loegen heette dat. Mijn vader bracht het turf op de bakfiets naar de klanten. Veel boeren hadden hier vraag naar. Zo ging hij naar Noordscheschut en Tiendeveen.”

Honderden schepen

In de hoogtijdagen waren er honderden schepen in en om Hoogeveen. Tussen kerst en begin februari lag alles zo goed als stil, omdat de schippers deze weken vooral thuis wilden zijn. Er moest dan havengeld betaald worden. Het duurste plekje in Hoogeveen kostte een gulden vijftig, een ‘daaldersplekje’. De knechten, die de schippers meestal voor een jaar in dienst hadden, pleegden bij redelijk week in deze weken onderhoud.

Scheepswerf Rijnvis was de grootste van Hoogeveen en had aan weerskanten een helling. In 1951 werd het gesloten. In 1965 sloot de laatste scheepswerf in Hoogeveen. De eerste grootschalige demping vond in 1948 in de Hoofdstraat plaats. In 1971 werd begonnen met de demping van Het Kruis. Hans Westerbeek, die destijds aan Het Haagje woonde, heeft er nog mooie herinneringen aan. „Ik moet een jaar of 7 zijn geweest. Het was voor ons een groot speelterrein en dat zagen we steeds veranderen. Dat was oneindig interessant.”

Bertus Vossenberg is beheerder van de Facebookpagina Schutstraat-vroeger ’t Kruis met ruim 1900 leden. Ook Bertus bewaart en deelt mooie herinneringen aan de scheepvaart en de demping. „Niet bij water, daar zit de bullebak! zeiden mijn ouders altijd.”

Tweede Wereldoorlog

De vader van Roelof Nijstad was als uitvoerder werkzaam bij de Amsterdamse aannemersmaatschappij en heeft meegewerkt aan de demping. „Ik was 9 jaar. Het was een feestdag in Hoogeveen. De eerste dam werd aangelegd. Ik speelde op de bodem van het kanaal. Naast rotzooi, vonden we ook spullen uit de Tweede Wereldoorlog.”

Vlak voordat ‘t Kruis definitief werd dichtgegooid, kwam de 83-jarige Arend Metselaar in zijn Canadese kano, nog één keer door de smalle stroken water voorbij varen. Dit, getuige de beelden, tot grote hilariteit van het publiek aan de wal.

Bruggen

Jan Pol was ook een van de tafelgasten en verzamelde en bundelde alle informatie over de bruggen. „Elke brug heeft een verhaal.” Zijn boek komt volgend jaar uit. Wat ook een bijzonder verhaal is, zijn de balkons van de Stoekeflat. De vorm verwijst naar het turf en de naam verwijst naar de manier van het opstapelen van turf, het stoeken.

Helaas heeft de scheepvaart, ook in Hoogeveen, ook dieptepunten en verdriet gekend: een scheepsjongen die in één van de Hoogeveense sluizen overboord viel, verdrinkingen, ongelukken aan boord en ziekte.

Op de vraag, nu al het water weg is, of Hoogeveen het anders had moeten doen, zijn de meesten het er over eens dat het vooral ‘jammer’ is. Een stukje open gelaten en er een passantenhaven van kunnen maken was een optie geweest. „We zijn een klein stukje bewuster van de schoonheid van het verleden”, merkt Hans Westerbeek op. „Het kanaal om Hoogeveen is verbreed en verdiept”, voegt Albert Wolting daaraan toe. „De natte industrie is verdwenen. De vaarrecreatie heeft een grotere plaats dan vrachtvervoer. Ondanks de demping, mogen we trots zijn op Hoogeveen!”

Alle rechten voorbehouden