Verhaal

Vijf Hoogeveense verzetsstrijders vermoord bij Woeste Hoeve

(Door Lammert Huizing)

HOOGEVEEN "Putten en De Woeste Hoeve zijn symbolen geworden van de terreur die de bezetter in de hongerwinter heeft uitgeoefend." Dat schrijft dr. Lou de Jong in zijn standaardwerk 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog'. Afgelopen woensdag is bij het monument De Woeste Hoeve tussen Apeldoorn en Arnhem een herdenkingsdienst gehouden voor de 117 mannen die precies vijftig jaar geleden daar door de Duitsers zijn gefusilleerd.

Op donderdagavond 8 maart 1945, tussen acht uur en half negen 's avonds, werden hier 117 zogenaamde Todeskandidaten vermoord. Alle 117 waren mensen uit het verzet, die waren opgepakt en in verschillende gevangenissen opgesloten. Van hen waren er 29 afkomstig uit het Huis van Bewaring in Assen. Ze werden die avond in een vrachtwagen geladen om 'in Duitsland te worden tewerkgesteld'. Even daarna waren ze op weg naar hun executie. Onder hen waren vijf verzetsmensen uit de gemeente Hoogeveen.

Een van die vijf was Pieter Cornelis Marinus van de Velde. Dokter Van de Velde, zoals hij door iedereen werd genoemd. Hij was geneesheer-directeur van het toenmalige oude ziekenhuis Bethesda aan de Schutstraat. Als principieel tegenstander van het nationaal-socialisme verborg hij veel joden en gezochte illegale medewerkers in het ziekenhuis. Hij saboteerde de arbeidsinzet door gezonde mannen voor TBC-patiënten te laten doorgaan. Dat deed hij door aan de Duitsers röntgenfoto's voor te leggen van inderdaad zware TBC-patiënten.
Met zijn medeweten was van september 1944 tot januari 1945 in het ziekenhuis een geheime zender opgesteld. Via deze zender was er radiocontact met Engeland in verband met wapendroppings. Deze zender had eerder gestaan in de toren van de Gereformeerde kerk aan de Hoofdstraat en werd later van het ziekenhuis overgebracht naar de VAM in Wijster.

Door het verraad van de 23-jarige Gé Bleeker werd de zenderorganisatie opgerold. Gé Bleeker was koerierster geweest onder de naam Renny en was daardoor op de hoogte van tal van contacten in de illegaliteit. Wegens een mislukte liefde verried ze al deze contacten aan de Sicherheits Dienst (SD), waarop een groot aantal illegale werkers werd gearresteerd. Onder hen waren uit Hoogeveen dokter Van de Velde, tandarts Harmanus Schipper en Pleunis Dubbeldam, technisch ambtenaar bij de PTT.

                           
Pieter Cornelis Marinus van de Velde, geboren 23 april 1897
te Vlissingen.
Geneesheer-directeur, gehuwd en vader van 5 kinderen.

Dokter Van de Velde was 47 jaar en geboren in Vlissingen. Hij was de man die als een van de eersten alarm sloeg toen de joodse burgers uit Hoogeveen zouden worden weggevoerd. Met enkele vrienden heeft hij nog zoveel mogelijk mensen gewaarschuwd.

                         
            Harmannus Schipper, geboren 13 augustus 1909
            te Steenwijkerwold. Tandarts, gehuwd en vader van 3 kinderen.

Tandarts Schipper, geboren in 1909 te Steenwijkerwold, was in 1939 op huwlijksreis toen hij werd weggeroepen voor de zogenaamde voormobilisatie. Hij zorgde tijdens de bezetting voor tandheelkundige hulp aan onderduikers en illegale werkers. Nooit werd er vergeefs een beroep op hem gedaan voor huisvesting van mensen die door de bezetter gezocht werden. Regelmatig verleende hij huisvesting aan de code-officier van de zender van de Binnenlandse Strijdkrachten in Drenthe. Begin februari 1945 werd hij door de SS en de SD gearresteerd en overgebracht naar het Huis van Bewaring in Assen.
  
                        
                
Pleunis Dubbeldam, geboren 20 april 1914 te Dordrecht.
                Instrumentmaker PTT, gehuwd en vader van 1 kind.

Pleunis Dubbeldam, geboren in 1914 te Dordrecht, stelde zijn technisch kunnen in dienst van het verzet. Hij maakte geheime telefoonaansluitingen waardoor gesprekken van de Duitse autoriteiten konden worden afgeluisterd. Meermalen kon hij daardoor mensen waarschuwen die gezocht werden en zo arrestaties voorkomen.

                        
                        Jan Dekker, geboren 22 mei 1921 te Warmond.
                        Zuiveltechnicus, ongehuwd.

Jan Dekker, geboren te Warmond, was nog maar 23 jaar toen hij op 30 januari 1945 door de Landwacht werd gearresteerd in het ouderlijk huis van zijn verloofde te Nieuweroord. Hij was betrokken bij de verspreiding van het illegale Trouw en van clandestiene radioberichten. In augustus 1944 dook hij onder om zich te onttrekken aan de 'verplichte' arbeid in Duitsland. Hij vervaardigde springstof om te gebruiken bij aanslagen en overvallen op Duitse doelen. Ook hij was een slachtoffer van het verraad
van Gé Bleeker.

                       
                  Otto Zomer, geboren 28 augustus 1898 te Hoogeveen.
                  Landbouwer, gehuwd en vader van 2 kinderen.

Otto Zomer uit Hollandscheveld huisvestte in zijn boerderij regelmatig onderduikers en leden van de KP. Hij was geboren in 1898 en een broer van Hendrikus Zomer, de leider van de KP Rieks. Na de oprichting van de Binnenlandse Strijdkrachten werd zijn boerderij ingericht als opslagplaats van gedropte wapens. Van hieruit werden ze verder gedistribueerd waarbij Otto Zomer zelf actief deelnam aan het vervoer. Hij werd op 13 januari 1945 gearresteerd door de SS in Hollandscheveld nadat in zuidoost-Drenthe de organisatie van de Binnenlandse Strijdkrachten was opgerold.
Met Otto Zomer werden 35 anderen, onderduikers en verzetsmensen gearresteerd en ingesloten. De klopjacht was opgezet door de fanatieke NSB-burgemeester van Schoonebeek samen met SS-kopstukken als Hoogendam, Weber en Robbertson.

VERGELDING

De moordpartij bij De Woeste Hoeve was bedoeld als vergelding door de Duitsers wegens een mislukte aanslag op generaal Hans Albin Rauter, de hoogste Duitse politiechef in ons land. Twee nachten eerder was Rauter gewond geraakt toen een verzetsgroep de Duitse Wehrmacht een vrachtauto met 3.000 kilo varkensvlees afhandig wilde maken. In plaats van de vrachtauto troffen ze laat in de avond de BMW van Rauter. Diens chauffeur en Oberleutnant waren op slag dood. Rauter overleefde de aanslag ondanks een dubbel longschot, een kaakschot en een kogel door zijn dijbeen.

SS-brigadeführer Schöngarth uit Zwolle kondigde onmiddellijk vergeldingsmaatregelen af. Onderdeel daarvan was de executie van 117 'Todeskandidaten',   afkomstig   uit   SD-gevangenissen. Een van de leden van het Duitse executiepeloton maakte bezwaar om burgers in koelen bloede neer te schieten. Deze weigeraar, een Oberwachtmeister van de Ordnungspolizei uit Apeldoorn, van wie de naam niet bekend is, werd ter plekke gearresteerd en is daags daarna, op bevel van Schöngarth, doodgeschoten.

De ochtend na de executie legden de Duitsers de lichamen van de vermoorde mannen als afschrikwekkende waarschuwing langs de weg. Diezelfde dag werden ze begraven in een massagraf op de begraafplaats in Apeldoorn. De slachtoffers zijn na de bevrijding, slechts enkele weken later, in hun woonplaatsen herbegraven. In Hoogeveen leven hun namen voort in de straatnamen in de Verzetsbuurt en in Hollandscheveld.

Uit de Hoogeveense Courant van Vrijdag 10 maart 1995

Alle rechten voorbehouden