Verhaal

Christelijke gezinsverzorging

Mevrouw_Boer_1november2016.pdf
Jenny Boer-Knegt en Corrie de Kraker-Lomeijer waren betrokken bij de Christelijke gezinsverzorging. Foto Mariëlle de Vries

‘Er was gepaste afstand’

Corrie de Kraker-Lomeijer (94) was als bestuurslid betrokken bij de christelijke gezinsverzorging die in de jaren vijftig zijn oorsprong kreeg in Hoogeveen.

"De stichting is in 1950 opgericht door de verschillende kerken”, vertelt mevrouw De Kraker. "En ik kwam in 1951 in het bestuur. Bij de stichting werkten gezinsverzorgsters en gezinshulpen. De verzorgsters kregen een opleiding waarbij ze een half jaar intern gingen en daarna anderhalf jaar het vak in de praktijk leerden.”

Jenny Boer-Knegt begon in 1963 met de opleiding en werkte tot aan haar huwelijk in 1968 in de gezinsverzorging. "Ik ben erin gerold door een buurvrouw. Ik heb een half jaar intern in Groningen gezeten. Er waren vier plekken om de opleiding te volgen. Je kon ook naar Leeuwarden, Bakkeveen of Amsterdam.”
De gezinsverzorgsters
gingen werken bij gezinnen waarvan de moeder tijdelijk uit de running waren. "Bijvoorbeeld wanneer die een operatie had ondergaan,” zegt mevrouw De Kraker. "Dan hielden de verzorgenden het huishouden draaiende. Want de vaders gingen natuurlijk overdag aan het werk. De meisjes die bij de stichting in dienst waren, zorgden dan voor de moeders en het huishouden. Het kon zijn dat ze daarbij geholpen werden door de gezinshulpen. Later deden we als stichting ook ouderenzorg.”
De verzorgsters waren herkenbaar aan hun uniformen. "Ja, dat is heel anders dan nu,” zegt mevrouw Boer. "Je moest er ook altijd een panty onder dragen. Blote benen mocht niet. En we hadden een speld. Daaraan kon je zien wie verzorgster was en wie hulp.”

Mevrouw De Kraker werkte niet als verzorgster, maar zat tot 1981 in het bestuur. "Er was bepaald dat de gezinnen tien gulden per week moesten betalen voor de verzorging. Konden ze dat niet opbrengen dan sprong de diaconie van de kerken hier in Hoogeveen bij. Ik hielp bij het innen van het weekgeld, maar verder kwam ik niet bij de gezinnen thuis.”
Er was een gepaste afstand tussen gezin en verzorgster. "Thuis wisten ze helemaal niet bij wie ik hielp”, zegt mevrouw Boer. "Je had zwijgplicht. En we werden bij de gezinnen aangesproken als juffrouw.”
"De meisjes bleven ook niet langer dan zes weken bij een gezin,” vult mevrouw De Kraker aan. "Had een gezin langer hulp nodig dan kon dat worden aangevraagd, maar dan ging er wel iemand anders heen. Heel anders dan tegenwoordig. Nu hebben mensen veel langer dezelfde hulp in de huishouding. Ik ook.”

Door de ontzuiling gingen eind jaren ‘70, begin jaren ‘80 de verschillende zorgorganisaties meer samenwerken, waardoor de stichting uiteindelijk ophield te bestaan.

Dit verhaal is tot stand gekomen in samenwerking met: Museum De 5000 Morgen en de bibliotheek werken samen aan de Verhalenwerf.

 

Marielle de Vries

Krant van Hoogeveen, 1 november 2016, pagina 11