Verhaal

8. Overwerk, namen en dienstplicht

Herinneringen eind jaren '40 begin '50

Overwerk

Met veel expeditiebedrijven als klant gebeurde het maar al te vaak dat de chauffeur van een vrachtwagen nog gauw even voor 6 uur voor een reparatie de garage binnen kwam. Dit tot grote ergernis van elke monteur. Er werd nooit gezegd: “Sorry, het is 6 uur, wij gaan nu sluiten, morgen bent u als eerste aan beurt.” Integendeel, het was geen uitzondering dat het middernacht werd wanneer ik thuis kwam.
Waarschijnlijk om die reden werd er een avonddienst in gesteld. Maar om ’s avonds in je eentje een veerblad van een vrachtwagen te vervangen was geen begeerlijke bezigheid.
Eigenlijk had ik het wel gehad bij Kip, ik had er geen zin meer in, het liefst wilde ik helemaal de garage uit, helemaal wat anders.
Ik herinner mij dat, toen ik Kip vertelde dat ik een andere baas had, ik mij door hem liet bepraten en ik er 2.50 gulden per week bij kreeg.
Ik had immers mijn militaire dienstplicht in het vooruitzicht, tot zo lang zou ik het nog wel volhouden.

Namen collega’s

Vreemd .... ik herinner mij ineens veel namen van vroegere collega’s: Lange Benne Vos was na het akkefietje met Kip destijds al weg gegaan, Hilco Kruizinga was ook al lang weg. Rieks (Hendrikus) Schulting heb ik maar kort gekend, waar hij naar toe ging weet ik niet. Tinus Klunder was de benzinepompbediende. Hilbert Mulder, Diphoorn (zijn voornaam weet ik even niet meer). Het jongste hulpje van toen heette Tonnie, veel meer weet ik eigenlijk niet meer van hem.
Toon Zondag herinner ik mij, zijn vader was buschauffeur bij de DABO. Toon ontmoette ik later nog wel eens bij een veevoederbedrijf in De Wijk, waar Toon onderhoudsmonteur was. Albert van der Haar, hij was naast een collega ook een beetje vriend van mij. Hij kreeg verkering met Anneke uit Amersfoort; zij was lerares in Hoogeveen. Albert vertrok naar het westen en ging een opleiding volgen in de verzorging.
Andries Mol was nog steeds vrijgezel, en tot grote verbazing van iedereen ging hij naar Amerika emigreren.
Aaldert Jan Strijker en Frits Meijerink, zij waren zwagers van elkaar, gingen samen met hun vrouwen naar Canada emigreren. Bennie Mars, hij was de zoon van Mars, de sub Ford-dealer uit Dedemsvaart. Hij had inmiddels voldoende kennis en ervaring op gedaan bij Kip, en ging terug bij zijn vader in het bedrijf.
Wubbo Haverkamp, wij kenden elkaar reeds uit de tijd van Kalsbeek en Heijnekamp. Hij was later ook bij Kip gekomen, en had daarna in Enschede voor zich zelf een garagebedrijf overgenomen.

Roebert Kramer, met hem had ik een speciale band. Roebert vertrouwde mij veel van zijn privéproblemen toe. Ik herinner mij zijn Renault Juvoquartre, wat zijn heilige koetje was. Roebert ging later weer terug naar zijn geboortestadje Coevorden, waar hij bij garage Juurlink ging werken. Wanneer ik bij hem in de buurt kwam, wipte ik wel eens even bij hem aan voor een praatje.
Freek Drenth, hem ontmoette ik veel later bij Spijkstaal, waar de winkelwagens gemaakt werden, o.a. de S.R.V.-wagens.
Stoffer Smit had een opleiding gedaan voor leraar aan een ambachtsschool. Er was ook nog een Henkie, een vriendelijk en aardig ventje, helaas weet ik zijn achternaam niet meer. Jan Reinders, een rustige jonge, waar is hij gebleven.
Roelof Bos, aan hem heb ik natuurlijk heel bijzondere herinneringen en ook veel te danken. Vooral in de beginperiode bij garage Kalsbeek en Heijnekamp, was hij een soort vaderfiguur voor mij. Roelof is zelf een garagebedrijf begonnen in Hoogeveen, eerst dealer van Triumph dacht ik, later B.M.W.
Hendrik Hof, monteur en kraanwagenchauffeur, waar is hij gebleven. Heb helaas nooit meer iets van hem vernomen. Martinus Schonewille, de doorsmeerder.
En dan was er nog een uitermate vriendelijk mannetje op leeftijd, hij pruimde meen ik mij te herinneren, en deed corveewerk, hè .... wat jammer nou dat ik zijn naam niet meer weet!
Henk Snippe. Geke Scholing van kantoor. Geke ging weg en voor haar in de plaats kwam Alie Bakker uit Zuidwolde, daarna Jaap ten Caat. Jo Swarts met Piet Fidom de magazijnmeesters.
En Teun de Gooijer, hij was een bijzonder rustige man, waar is hij gebleven. Willem de Gooijer, de zoon van Teun, kwam na mijn Kip-periode bij Kip, dacht ik. Willem werkte later bij de Gasunie, waar ik hem meerdere keren ontmoette.
Waarschijnlijk zijn er meer collega’s geweest, maar ach .... wat wil je, het is inmiddels 65 jaar na dato!
Met de beide broers, Johan en Harry, zoons van Kalsbeek in Canada heb ik af en toe mailcontact. Johan is iets ouder dan ik, Harry is veel jonger.
In een mail vertelde ik Harry: “toen ik als jongen van de ambachtsschool bij jouw vader in de garage kwam, was jij goed in schilderen op doek, maar steeds in de zelfde kleur.”
Het heeft even geduurd alvorens het kwartje viel.

In gedachten terug in de tijd.

Auto met de krik omhoog vijzelen, bokjes onder de as en op een ligplankje onder de auto. Zuigerveren vernieuwen, kleppen slijpen en schuren, starterkrans op vliegwiel vervangen of bendix van de startmotor repareren of vervangen, dynamocollector opzuiveren, koolborstels vernieuwen, soms anker en/of veldwikkelingen vervangen. Contactpunten, rotor, condensator soms verdelerkap vernieuwen. Lekke uitlaat en uitlaatdemper autogeen dichtlassen, soms een metalen plaat er omheen lassen.
Als ik nu de moderne monteur bezig zie met zijn meet- en testapparatuur. Ik sta er bij en ik kijk er naar!

Jeep NEKAF_M38_A1_p4
Militaire dienst

Uiteindelijk moest ik in militaire dienst. Tijdens een gezellige bijeenkomst voor mijn afscheid ontving ik als afscheidscadeau een portemonnee met daarin 10 gulden. Maar er zat nog meer in de portemonnee: er zat ook een foto in van een of andere filmster, die onder een bloeiende fruitboom stond en heel nonchalant een boomtak met bloesem vasthield.
Eenmaal in militaire dienst had ik die foto met tandpasta aan de binnenkant van mijn kastdeur geplakt en aan iedereen verteld dat het mijn meisje was. Elke onderofficier en officier wist inmiddels van de foto, en bij kastcontrole moest ik steeds als eerste mijn kastdeur open maken. Minuten lang bleven ze dan naar de foto staren zonder in mijn kast te kijken, waarna de één minzaam naar mij keek en de ander vrolijk en opgewekt vroeg hoe ik aan zo’n mooie meid kwam.

Ik werd Jeep chauffeur voor de kapitein. Hoe kwam het toch dat ik zo goed met de Jeep overweg kon?