Verhaal

Interview met Gerrit Koopman

Mijn naam is Gerrit Koopman. Op 7 augustus 1961 ben ik begonnen bij de spoorwegen bij station Hoogeveen.

koopman.jpg

 

Gerrit Koopman.

Mijn buurman, Albert Duinkerken, was daar rangeerder. Na het behalen van mijn Mulodiploma, ben ik op advies van mijn buurman bij het spoor gekomen.

Na onder meer een psychologisch onderzoek in Utrecht, ben ik aangenomen als Leerling Bureel ambtenaar.

 Militaristisch

De NS was destijds sterk militaristisch ingericht. Dit kon je bijvoorbeeld zien aan de uniformen.

Het verschil tussen LO en MULO-personeel werd subtiel in beeld gebracht door de pet. Ze hadden hetzelfde model pet, maar  MULO-personeel had een band met visgraatmotief en LO-personeel niet. Rangeerders wel. Die hadden een stip bovenop de pet. En was je nog wat meer, dan had je 2 stippen.

De stationschef in Hoogeveen had 1 gouden band om zijn mouw. Een stationschef van een groter station, bijvoorbeeld Meppel, had er een halve gouden streep bij. Een stationschef van Amsterdam had 3 gouden strepen.

Zo zag je de verschillen in personeel. Dat duidt hoe streng dit gereglementeerd was. En de directie verplaatste zich per Kameel. Dit motorrijtuig hadden ze cadeau gekregen van de fabrikant van de Hondekop.

Ik herinner me dat op een bepaald moment de directie met wat hotemetoten langs Hoogeveen zou komen. Het station van Hoogeveen werd gepoetst en geveegd, want het moest er perfect uitzien. Toen de trein uit Meppel vertrok, werd doorgeseind dat de trein e aan zou komen. Er ging een siddering van spanning door het personeel. En stationschef Broersma stond al wel vijf minuten van tevoren klaar in ‘gala tenue’ met de hand aan de pet. En toen zoefde de trein voorbij!

Gestationeerd

In 1961 begon ik met de opleiding tot Lokettist. Daarna heb ik aan het loket gezeten in Hoogeveen. Vroege- en late diensten en ook in het weekend.

In april 1963 werd ik opgeroepen voor militaire dienst. Daarna, 1,5 jaar later, ging ik weer aan het werk als Lokettist in Hoogeveen. Dit was van korte duur: ik werd overgeplaatst naar Assen. Daarna volgden nog diverse, andere standplaatsen.

Elke zomer werd ik gedetacheerd naar het westen in verband met extra drukte door fietsvervoer. De eerste keer werd ik gedetacheerd naar Amsterdam-Amstel - “Mijn moeder stond doodsangsten uit” - daarna volgde de Zaanlijn: Koog Zaandijk, Wormerveer en ook naar , Alkmaar…

Je wordt verordonneerd. Je ziet maar hoe je het red. Je meld je bij de chef: ‘Mooi dat je er bent. Dan kun je nu met een adressenlijst van de administratie en eventueel met een geleende fiets op zoek naar een kosthuis.. en dan zie ik je wel terug.’

Ik weet nog wel, bij de eerste dag kwam ik terug zonder een kosthuis te hebben kunnen vinden. Stationschef: ‘dan moet je terug naar Hoogeveen en kom je de volgende dag met de eerste trein weer hiernaartoe.

 

Koopman herinnerd zich:

Na mijn functie als Lokettist werd ik opgeleid tot Treindienstleider. Mijn eerste dag als zodanig was op een zaterdag. Nadat de treinen van Groningen en Zwolle waren geweest, gingen we koffiedrinken in de restauratie.

Bertus Fidom, Overwegwachter, vroeg of die goederentrein er niet langs moest. Ik dacht dat hij een grapje maakte en bleef stoer zitten. Op een gegeven moment gingen er veel telefoons rinkelen.. grote paniek! De trein stond al 15 minuten bij Koekange te wachten!

Het liep met een sisser af. Wel kreeg ik later vanuit Groningen op mijn falie dat ik mijn post niet had moeten verlaten. Maar het was pauze en ik was dichtbij. Ook Bertus werd dit kwalijk genomen. Hij moest weg om de spoorwegbomen neer te laten.

Personeel in Hoogeveen

031_Afscheid stationschef Boersma april oktober 1962 -4.jpg

Stationsschef Broersma was een markant persoon. Van het afscheid kan ik mij niet veel herinneren, alleen dat er een foto op het perron is gemaakt  van het aanwezige personeel. En daar sta ik ook bij.

Het gezin Broersma woonde boven het station. Dus we zagen zijn vrouw wel eens. En dochter Sjoukje heeft bij mij in de klas gezeten.

De personeelsleden die ik me herinner zijn: Gerrit Oudhakker, W M de Visser (vervanger van Broersma), Gerrit de Beer, Wolter Padding, Luuk Eikelenboom, Albert Duinkerken, Jan Smit en Albert Botter.

Jan van ’t Hooge was restaurateur. 

Vrijwel elke morgen, bij aanvang dienst en in de pauze, als de treinen van Groningen en Zwolle geweest waren, gingen we in het restaurant zitten om koffie te drinken. Dat was bijna standaard.

Jan Steenbergen had een rijwielstalling. Aan de ene kant van het station bevond zich de restauratie en aan de andere kant bevond zich in een apart gebouw de rijwielstalling. Jan deed ook reparaties aan fietsen. Bennie Steenbergen was zijn broer en rijschoolhouder.

Goederenvervoer

Goederenvervoer was een belangrijke tak binnen de NS. En Hoogeveen speelde daar een grote rol in: dagelijkse aanvoer van wagons veevoer,  kolen voor Lenten en voor meer vervoerders. Daarnaast was er ook een loods van Van Gend & Loos die dagelijks werd bevoorraad. (Pol) & Bonen & Zn. deed verdere distributie in de omgeving met kleine vrachtwagens. Dat was het normale goederenvervoer.

Bijzonder waren de VAM-treinen. Deze kwamen bijna dagelijks aan. De wagons werden voortgesleept door een locomotief. De Loc1000 bracht de goederen aan. De Loc1000 was de sterkste locomotief die we hadden, maar kon niet zo hard: max. 100km/uur.

Nummering treinen

Bij de NS zijn alle treinen onderverdeeld in nummers. De 4000 serie waren goederentreinen. Verder waren ze onderverdeeld in lokaal- en internationaal goederenvervoer. De VAM-treinen hadden de toevallige nummering 4711. Stinken.. vooral in de zomer, verschrikkelijk!

 Ook hadden ze een locomotor, een T600 (de Sik). Daar mochten alleen bepaalde rangeerders mee rijden. Die moesten de Sik met 5, 6 treinwagons naar Wijster brengen, de vrije baan op. Daar had je een machinistendiploma voor nodig.

Ik ben ook een keer mee geweest naar Wijster. Ik zag ratten als biggen zo groot! Na die ene keer, vond ik het wel goed zo.

Vertrouwen

Albert Duinkerken (mijn oud buurman) was naast rangeerder ook jager. Hij had 2 honden en daar ging hij mee konijnen vangen. Met zijn collega Jan Smit uit Fluitenberg had hij ruzie. Dit liep zo hoog op dat ze al jaren niet met elkaar spraken. Dit had te maken met de pacht van land waar je op mocht jagen. Jan Smit zou op het stuk pacht van Albert zijn geweest.

Op een dag hadden ze samen dienst. Bij het rangeren van wagons moet je op elkaar kunnen vertrouwen. Er ging bijna iets mis bij het verplaatsen. De Visser heeft toen ingegrepen en beide mannen apart genomen voor een gesprek op kantoor. Ze kregen een waarschuwing en het werd goed gemaakt: bij het uit elkaar gaan hebben ze elkaar een hand gegeven en toen was het over.

Media