Verhaal

Interview met de heer H. Kemper uit Hoogeveen

’Ik was avontuurlijk en wilde iets beleven’

De heer H. Kemper uit Hoogeveen werd geboren in 1922 in het kleine dorpje Gasselternijveen. “Gasselternijveen ligt op de oostoever van het riviertje de Hunze, ook wel de Oostermoerse Vaart genoemd. In deze rivier zwom en speelde ik regelmatig. Later werd er een kanaal vanuit de rivier naar Stadskanaal gegraven.”

willemskade_aan_water_mi.jpg

”In Gasselternijveen woonden in die tijd veel oudere schippers, stuurmannen en andere zeelieden. Zij brachten hun oude dag door in het kleine dorp en vertelden verhalen over de zee. ’s Winters werd er in de cafés gelachen en zeemansliederen gezongen.”

De heer Kemper kwam uit een arm gezin, een groot gezin ook. Ze waren met acht kinderen thuis. Zijn vader werkte in de landbouw, maar had slechts enkele jaren basisonderwijs gevolgd. Soms was hij maanden van huis. In de zomermaanden vertrok hij met de nachtboot naar Amsterdam en Purmerend om daar te werken. De overtocht duurde een hele nacht en ging via de Zuiderzee. 

De heer Kemper zat op de christelijke basisschool. “Op deze school zaten vooral schipperskinderen en kinderen uit boerenfamilies. Ik hoorde de zeevaartverhalen en was heel geïnteresseerd. De jongen waar ik naast zat op school was zoon van een reder. Later zou ik nog met hem gaan varen. Dat wist ik toen natuurlijk nog niet.” Zijn ouders zagen echter een carrière als zeeman niet zitten.

“Na de basisschool moest ik aan het werk. Het was een moeilijke tijd vol werkeloosheid en ik was nog te jong voor een echte baan. Ik mocht wel klusjes doen, zoals aardappels rooien. Toen de oorlog bijna uitbrak, kwam op een dag boer Hendrik Ellen langs. Hij had een boerenknecht nodig. Deze boer heeft mij verschrikkelijk veel geleerd over de landbouw. Het was een mooie tijd. Ook tijdens de oorlog werkte ik als knecht, bij verschillende boerderijen. Ik was daar in de kost. Weg van huis beviel me goed, een beetje uit de buurt van mijn ouders. Maar op een gegeven moment wilde ik toch weer terug naar huis. Ik was best avontuurlijk en wilde iets beleven. Daarom besloot ik soldaat te worden bij de stoottroepen. Ik voer mee naar Nederlands-Indië. Een spannende tijd, ik leerde veel over het vak van stuurman. Heb erg veel gezien en had veel vrijheid. Mijn moeder vond het vreselijk. Maar als ik, soms na maanden, thuis kwam stond het eten klaar en deed ze mijn was!”

De heer Kemper heeft in zijn leven veel gevaren en kan daar prachtig over vertellen. “Op een gegeven moment voer ik op een Coaster. Dat is enorm schip van 200 ton. Prachtig! Ik werkte als stuurman, hoewel ik niet de vereiste diploma’s had. Ik heb een mooi leven gehad en heb enorm veel geleerd over scheepvaart, maar ook over praktische dingen als koken en wassen.” Er waren echter ook verdrietige gebeurtenissen. Zoals het overlijden van zijn eerste dochtertje. Hij voer met zijn vrouw op het Rhein-Herne-kanaal toen zijn dochtertje levenloos geboren werd. “Van planken op het schip maakte ik een kistje. Ze heeft geen naam gekregen.”

De heer Kemper laat een foto van zijn eerste vrouw zien. Zij heeft jaren met hem gevaren. “We ontmoetten elkaar op een feestavond van de kerk. Wij waren de ‘scharrelleeftijd’ al voorbij, waren allebei al bijna 30. De rest van de feestgangers was jonger, wij trokken automatisch naar elkaar toe. We kregen verkering. Haar vader vond dat nogal wat: een zeeman is zo vaak van huis. Ze ging echter mee op het schip, kookte voor mij en de anderen. Iedereen vond dat leuk, ze bracht zoveel gezelligheid.”

De heer Kemper kijkt met veel plezier terug om zijn jaren op zee. “Hoewel er soms moeilijke periodes waren, ik was bijvoorbeeld ook ondergedoken op een schip in oorlogstijd, heb ik altijd erg genoten van het zeemansleven.”

Tekst: Ilse Blauw