Verhaal

Interview met de heer H. Otten

De demping van de kanalen was onvermijdelijk

Op 12 oktober 2013 was de Grootscheepsdag in de Centrale Bibliotheek. Die dag werd geopend door de heer H. Otten. De meeste mensen waarmee we bespraken betreuren de demping van de kanalen. De oud-vervoerder denkt daar duidelijk anders over. Het vervoer per schip nam na de oorlog enorm af. De bedrijven langs het water waren door de smalle wegen slecht bereikbaar voor auto’s en vrachtwagens en daarom was demping onvermijdelijk.

otten_bieb_2013.JPG

Meneer Otten. Uw opa Hendrik Otten is begonnen met Otten transport? Wanneer was dat?

Dat was in 1905. Hij ging toen varen met een snikke tussen Hoogeveen en Hollandscheveld. De vaart was vooral bedoeld voor het vervoer van boodschappen. Transport over het water was in die tijd de hoofdmoot. Bovendien voeren de boeren op donderdag mee naar Hoogeveen. Dat kon ook prima, want in de snikke zaten ramen zodat passagiers prima konden worden vervoerd. Mijn opa trok de schuit, mijn oma stond aan het roer.

Uw opa verzorgde dus niet alleen vervoer van spullen maar ook een soort openbaar vervoer?
Ja, dat zou je wel kunnen zeggen. 

otten_beurtvaart_kn.jpg


Tot hoelang is hij blijven varen met die snikke?
Tot 1912. Daarna kocht hij een tjalk waarmee hij beurtvaart tussen Hoogeveen en Meppel onderhield.

Dat was een andere vorm van vervoer?
Ja, dat was een vorm van vrachtvervoer, gebonden aan vergunningen, waarbij goederen volgens een vast schema werden vervoerd. De tjalk werd overigens getrokken door een paard. Toen de tjalk in 1927 zonk in de sluis, werd een nieuw schip gekocht, de ‘Burgemeester Tjalma – Onderneming Otten en ZN”. Met dit schip is de firma Otten tot het begin van de oorlog de beurtvaart tussen Meppel en Hoogeveen blijven onderhouden.

Uw vader Dirk was ook werkzaam in het bedrijf?
Ja, aanvankelijk wel. Maar in 1931 verliet hij het bedrijf, omdat hij koos voor het transport met de vrachtauto.

Later is hij teruggekeerd bij het bedrijf?
Ja, door de oorlog werd alles anders. Aan het eind van de oorlog moest mijn opa met de Burgemeester Tjalma naar Meppel varen om voedsel voor Hoogeveen op te halen. Omdat mijn opa inmiddels 65 was, ging mijn vader, die geen auto meer had, varen van Hoogeveen naar Meppel. Na de oorlog waren er eerst geen vrachtauto’s beschikbaar. Ook was er weinig vracht. Mijn vader heeft het schip toen overgenomen en is er toen tijdelijk mee blijven varen. Ook, om wat extra inkomsten te generen, werden uitstapjes op de Burgemeester Tjalma aangeboden naar Giethoorn. Pas in 1949 werd het vervoer per vrachtwagen hervat. Het schip is uiteindelijk in 1957 verkocht en vanaf die tijd verzorgt de fima Otten het transport alleen nog maar over de weg

Als we Hoogeveen met vroeger vergelijken, dan ziet het er toch wel heel anders uit. Het water en de bruggen zijn verdwenen. Heel veel panden zijn weg of onherkenbaar verbouwd. Hoe kijkt u daar tegen aan?
Ik vind dat niet erg. Dat dempen van de kanalen en de wijken was onvermijdelijk. In deze moderne tijd hebben we heel andere vormen van vervoer. Door de vele bruggen en de smalle wegen waren veel bedrijven tot de demping slecht bereikbaar. Dat is nu veel beter.

U mist het Hoogeveen van vroeger niet?
Welnee, dit is een andere tijd, waarbij andere dingen belangrijk zijn. Ik vind het goed zoals het nu is.

Tekst:
Petro van der Veen
Bron:
uitgebreide informatie over de firma Otten vindt u in de Veenmol 2004-4, pag. 221, in het artikel “Honderd jaar Otten Transport” door Joop Bel