Verhaal

Nieuw Boek

Een Dolle Boel. Fotografie van Volksvermaak in Drenthe 1860-1910

Voor u ligt het eerste boek over fotografie van volksvermaak in Drenthe. Ik heb me hierbij beperkt tot de periode 1860-1910. Op de meeste foto’s uit dit tijdperk staan portretten en dorps- en stadsgezichten. Maar in Drenthe woonden en werkten ook mensen die afleiding zochten van hun dagelijkse beslommeringen. Dit onderwerp is echter onderbelicht in bestaande fotoboeken. Ik hoop deze lacune enigszins op te vullen. De historische foto’s zijn zo groot mogelijk afgebeeld om recht te doen aan de vele details

Cover Boek

Hoogevener Ronald Wilfred Jansen
brengt het volksvermaak van 1860-1910
tot leven met fotoboek ‘Een dolle boel’

Hoogevener Ronald Wilfred Jansen heeft afgelopen week zijn nieuwste boek
gepubliceerd Een dolle boel. In dit boek brengt hij een relatief onbekend deel
van de Drentse geschiedenis in beeld, het volksvermaak tussen 1860 en 1910.

Volgens Jansen kennen we vooral portretten en foto’s van dorps- en stadsgezichten uit die tijd. Maar volgens de schrijver waren er in Drenthe ook talloze momenten waarop mensen ontspanning zochten naast hun dagelijkse werkzaamheden. Dat aspect is volgens hem in bestaande fotoboeken onderbelicht. Met zijn nieuwe boek hij die leegte opvullen.

Historische foto’s in groot formaat

De foto’s in Een dolle boel zijn zo groot mogelijk afgebeeld, zodat de vele historische details goed zichtbaar zijn. Het boek is uitgevoerd in hardcover en volledig in kleur. Omdat het in eigen beheer is uitgegeven, hangt er wel een wat hoger prijskaartje aan. Een goedkopere zwartwit versie was volgens de auteur geen optie zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit.

Veel van het gebruikte beeldmateriaal is afkomstig uit het Drents Archief. Jansen
heeft nadrukkelijk aandacht besteed aan Hoogeveen, waarvan ook verschillende historische foto’s zijn opgenomen. Het boek is te bestellen via

www.boekenbestellen.nl/boek/een-dolle-boel/9789490482718

Bron: Hoogeveensche Courant

https://hoogeveenschecourant.nl/hoogeveen/hoogevener-ronald-brengt-het-volksvermaak-van-1860-1910-tot-leven-met-fotoboek-een-dolle-boel-48385556.html

Ronald Wilfred Jansen

Een Dolle Boel

Een Dolle Boel

Recreatie, toerisme en vermaak is een heet hangijzer in Hoogeveen anno 2025. Het gemeentebestuur roept burgers dan ook op ideeën aan te dragen. Ook vroeger had men behoefte aan ontspanning. Het was een andere tijd. In de 19e eeuw tot begin 20e eeuw kende de maatschappij een streng standen- en klassenonderscheid. De opkomende industrialisatie bracht de terreur van de fabrieksfluit, de bedompte binnenruimte en vrijheidsbeperking. De elite had veel vrije tijd en geld om hobby’s te houden. Ze bezaten ook de politieke macht. Daarnaast was er de kleine burgerij zoals fotografen en onderwijzers, die niet wilden afzakken naar het proletariaat en liepen aan de leiband van de heersende bestuurslaag in Hoogeveen. Fotografen verdienden vooral aan portretfoto’s van de rijke burgerij, ook aan stadsgezichten -ieder was nauw verbonden met Hoogeveen-, en foto’s van arbeiders zijn schaars. De helft van de bevolking werd gevormd door arbeiders en het lompenproletariaat waaronder prostituees en criminelen. Deze onderklasse kende lange werkdagen en bittere armoede. Juist daarom hadden zij ook behoefte uit de ban te springen, maar hadden geen geld voor een kuuroord of een landgoed, zoals de heren van Echten, die jaagden en een wintertuin hadden. De onderlaag van de bevolking werd beschimpt door de burgerij die zich superieur voelde
en zijn machtspositie wilde behouden en beschuldigd van dronkenschap en rotzooi trappen. De burgerij uitgezonderd enkele socialisten en feministen hadden geen oog voor arbeidersellende. De stadsleiding moest echter de onderlaag ‘brood en spelen’ schenken, want anders volgden rellen. Tijdens volksfeesten in Hoogeveen werd groot uitgepakt, waarbij de toenmalige progressief liberale door heren van stand geleidde kranten in bombastische bewoordingen de eenheid propageerde, zoals tijdens Koninklijke Bezoeken en het vermeende 300- jarig bestaan. Tijdens festiviteiten viel het onderscheid althans iets weg, echter de elite zat in het bestuur van Verenigingen voor Volksvermaak en hield de activiteiten van gepeupel en burgerij strikt gescheiden. De rijke burgerij en de adel bezochten onder meer concerten en bals en kregen een plek nabij de Koning, de arbeiders werden verre van de elite gehouden. Nu gaat dat anders en Koning Alexander schudt ook de hand van de ‘gewone man’. Het gepeupel hielde wrede spelen zoals ganzen trekken, maar gevangenen hielden zich ook bezig met dammen en muziek: de onderlaag bestond niet louter uit alcoholisten, onderontwikkelden en werk schuwen zoals de burgerij toeterde. De arbeiders leiden echter veelal een monotoon bestaan, afgewisseld met bekende hoogtepunten zoals verjaardagen en trouwfeesten. In de winter schaatsen op de grachten in het centrum van Hoogeveen. Vooral schippers organiseerden schaatswedstrijden waaraan ook arbeiders en boerenjongens meededen. Een duurzaam verenigingsleven kenden de arbeiders niet. In het dagelijkse leven speelde de religieuze gezindheid sterke mee bij deelname aan kerkelijke feesten en dergelijke. Luxe hotels en restaurants richtten zich op de rijke burgerij. Hotel Luinge in Hoogeveen verzorgde onder meer dagtrips naar het kerkhof van Hollandscheveld, had een diligence dienst en een terras en grote zaal voor concerten, toneelspelen en optredens van onder meer (Joodse) goochelaars en orkesten. Hotels verzorgden ook wandel- en fietstochten voor haar gasten en werkte samen met de in 1883 opgerichte Nederlandsche Vélocipèisten Bond (later: ANWB). Hoogeveen -toen groter dan Assen- was populair. “Ga naar Hoogeveen als het middelpunt van een uitstapje in ’t zuiden van Drenthe. Men kan er zeer behoorlijk dineeren aan een table d’hôte op zijn gewonen tijd en goed slapen en zijne sigaar rooken op de stoep voor het hotel en al zijne gewoonten aanhouden”, aldus een auteur in de Nieuwe Groninger Courant, 07-06-1894. Heren ontmoetten elkaar in de sociëteit, waar ook een honden- en apenshow werd gehouden, aldus de Hoogeveensche Courant, 25-02-1871. De onderlaag sprong flink uit de ban tijdens de jaarmarkten, landbouwfeesten en kermissen die over de hele stad verspreid waren en dagenlang duurden. Het trok arbeiders, boerenjongens en meiden. Verder waren er vooral voor de burgerij nog tal van ontspanningen, zoals rederijkerskamers, koffiehuis bij het station, dansen, lezen, amateur fotografie, wandelen, kamperen en ook kinderspelen.

Met vriendelijke groet, Ronald Wilfred Jansen, Hoogeveen