Verhaal

Jaap Kreulen de bonenpunter

De Lucas Aardenburg Conservenfabriek (Kennemer) werd opgericht in 1929, door de fam. Aardenburg als nevenvestiging van NV Aardenburg Import-Exportbedrijf te Beverwijk.

De vestiging Hoogeveen werd geleid door Jan Aardenburg. De onderneming groeide uit tot één van de grootste werkgevers in Hoogeveen met meer dan 1000 werknemers.

Aangezien de aangevoerde groenten in de oogsttijd werden afgeleverd, gaf dat een enorme piekbelasting in de productieplanning. Voor bepaalde groenten, b.v. bonen en wortels, bestonden nog geen machines en werd het werk in die tijd uitbesteed als thuiswerk. Het werk bestond uit het punten van de bonen en wortels en bij de grote tuinbonen de zijdraden verwijderen. Vooral voor de grotere gezinnen was dit een leuke bijverdienste, zeker omdat de grote schoolvakantie grotendeels in de oogstperiode valt.

De fabriek stond in die jaren in het centrum van Hoogeveen, omgeven door de buurten Tuindorp , Verzetsbuurt met toentertijd vrij veel jongere gezinnen en een kinderrijke buurt.

Bonen punten in de oude bouw

Als jongen, leeftijd tussen 10-15 jaar, met vakantie van school had ik de ambitie om flink wat geld te verdienen als bonenpunter. Zakgeld was een woord waarvan je wel eens ergens had gehoord, maar ook al je vrienden hadden geen ervaring met zakgeld. De buurtbewoners waren in principe allemaal eigenlijk even rijk/arm waarbij het krijgen van zakgeld geen sprake was.

Ja, en wat heb je nodig om een goede bonenpunter te worden?

  1. Vervoermiddel (kar).
  2. Schaal voor op schoot.
  3. Het werk werd buiten of in de schuur gedaan. (Mocht niet in de keuken).

Punt 1.    Had ik niet. Kar gemaakt.
Punt 2-3 Had m’n moeder.
Punt 4.    Werd de schuur.

Oké, alle voorbereiding voor elkaar. Voor 7 uur aanwezig bij de fabriek,   6 kisten bonen gehaald, werkkaart gekregen met het aantal kisten vermeld met daarop ook het gewicht van de vracht. Je kreeg de boodschap mee om de bonenpunten weer in te inleveren. Dit was waarschijnlijk om te voorkomen dat de mensen gingen zorgen voor een eigen wintervoorraad.

Als éénmanspuntbedrijf gestart; bij de fabriek lijkt die dagvoorraad ten opzichte van wat anderen mensen ophalen vergeleken niet veel, maar als ze in de schuur staan is het toch voor 1 persoon toch wel heel veel. Ondanks de waarschuwing van m’n moeder “Ai d’r an begunt maak iet ok maar klaor want doar heb ik gien tied veur!”

Nu, daar zit je dan met 6 kisten bonen en die moeten morgen om zeven uur weer terug naar de fabriek. Maar dan heb je een moeder die zegt: “Ik zal oe moar hulp’n wan’t ans zit ie hier over 2 daag’n nog!”

‘s Avonds alle bonen gepunt. Moeder had gezegd: Haal maar een nieuwe vracht, ik zal je wel helpen. Andere dag ’s morgen voor 7 uur weer naar de fabriek aan ’t Haagje langs het kanaal; een gat in de weg, kar op de kant en alle bonen over de straat, gelukkig maar een klein gedeelte dat in het kanaal was terecht gekomen. Alle bonen weer in de kratten gedaan en vol spanning naar de weegschaal. Want een klein gedeelte van de bonen lag in het kanaal. Commentaar van weger: Volgende keer de punten niet zolang afsnijden.

Drie weken lang bonen gepunt, de laatste week kregen we grote lange bonen de z.g.n. “Pronkers”. Die moesten gepunt worden en de draden aan de zijkant van de bonen moesten worden verwijderd. Bij het terug brengen controle. De controleur breekt een paar bonen door midden waarvan een nog een gedeelte van de draad zat. De hele vracht werd afgekeurd en moest ik overnieuw doen. Maar wat mij was opgevallen: de vrouwen van mensen die bij Aardenburg werkten werden nagenoeg niet gecontroleerd. De vracht weer meegenomen naar huis s’ middag weer heengebracht alles goedgekeurd zonder er iets aan gedaan te hebben.

Voor mij was de lol d’r voorgoed af. Ander baantje gezocht, want als je als éénling rijk wordt van bonenpunten word je nooit meer arm.

Jaap Kreulen

Alle rechten voorbehouden

Geen reacties

Reactie toevoegen