Verhaal

Dik Looijen

Met hart en ziel lesgeven.
Hij kwam in 1965 naar Hoogeveen, om daar hoofd van de Bentinckslaanschool te worden. Daarvoor had Dik Looijen (85) er al een aantal jaren als onderwijzer op zitten in de Achterhoek.

Dik Looijen
Dik Looijen: "De technische ontwikkelingen gaan heel snel." Foto: Mariëlle de Vries

HOOGEVEEN

"Het onderwijs was in die tijd heel anders dan, tegenwoordig," vertelt Looijen. "Toen ik in 1957 in Rijssen begon, had ik 57 kinderen in de klas. Dat kun je je nu haast niet meer voorstellen. Als ik dan wat op het bord moest schrijven dan moest ik half op de voorste banken gaan zitten.  Dan vroeg ik de kinderen om even hun kroontjespennen aan de kant te doen, want  voor  je het wist had je anders je broek vol inkt.”
Zijn eerste klas in Hoogeveen had twintig kinderen minder.
,,Toen had ik er zo’n 38 in de klas zitten. Ook veel. Maar voor die tijden hele normale aantallen.” 

Kritischer 
De lessen waren klassikaal en de meesters en juffen vaak streng. "Ouders stonden er ook heel anders in dan nu. Ik kan het niet zo goed beoordelen omdat ik er al lang uit ben, maar ik heb het idee dat ouders tegenwoordig kritischer zijn. Daar is op zich  niks mis mee, vind ik. Want het gaat om je kind. Daarnaast is de manier van onderwijs geven ook veranderd. 
Het is veel meer op het individuele kind gericht. Het gevaar van klassikaal onderwijs is dat je je als onderwijzer richt op het het gemiddelde. Niet iedereen had evenveel vermogen. Daardoor  vielen de zwakke leerlingen al snel af en de knapperds liepen het gevaar dat ze zich gingen vervelen. Ik probeerde als onderwijzer wel om aan te sluiten bij wat de  leerling kon, op ieder niveau.  Wie niet zo hard kan rennen moet je niet vragen om de honderd meter in tien seconden te lopen, maar je moet ook geen genoegen nemen met dat kan ik niet, dus daar hoef ik niks aan te doen.” 

In 1978 werd de school aan de Bentinckslaan afgebroken en werd Looijen hoofdonderwijzer op cbs De Weidebloem in de Weide.
"Tot 1988, toen ben ik met de VUT gegaan.”
Op enig moment was het onmogelijk om nog les  te gaan geven naast zijn functie als directeur. "Op zich jammer maar als directeur van
de school was het  onmogelijk om naast die taken ook nog voor de klas te staan. Ik ben les gaan geven, omdat ik kinderen iets leren altijd ontzettend leuk heb gevonden. Het is een zwaar beroep, zeker als je het niet met hart en ziel doet. Hoe dat tegenwoordig is, kan ik niet zo  goed inschatten. Wat ik wel weet is dat de inspectie niet meer in de klas komt, maar dat alles aan de hand van rapportages wordt gedaan, die door de leraren bij moeten worden gehouden. Dat lijkt me een flink stuk extra werk voor de onderwijzer.” 

Computer 
Ook op het gebied van de techniek is er veel veranderd. "Vroeger had de school misschien een typemachine, maar alles werd vooral met de hand geschreven. De kinderen draaien tegenwoordig hun hand niet meer om  voor werken met computers.
Wij kregen op school op een gegeven moment een
computer op school waar de leerlingen van de zesde klas, nu groep acht, mee leerden werken. De meester van die klas vroeg aan zijn collega van de eerste klas of hij even kon helpen. Die man had er een beetje verstand van. Dacht hij. Op een gegeven moment wordt er op de deur geklopt en komt er een jongetje van zes binnen. Die de meester even haarfijn uitlegt hoe de computer werkt. 
Bleek dat, dat het gezin thuis al een computer had en dat de vader de jongen had uitgelegd hoe ermee om te gaan. Dus ging dat jochie de meester uitleggen wat hij moest doen. Ik vond het geweldig. De ontwikkelingen gaan nu ook heel snel. Wij moesten op de kweekschool nog examen doen in het schrijven op het krijtbord. Tegenwoordig werken de meesters en juffen met een digibord. Dat is toch grandioos!” 

Dit verhaal is tot stand gekomen met medewerking van de Verhalenwerf: Museum de 5000 Morgen en de bibliotheek werken aan de Verhalenwerf. 

Mariëlle de Vries 

Krant van Hoogeveen, 06 december 2016, pagina 7.