Verhaal

3. Van Heijnekamp naar Kip

Herinneringen eind jaren '40 begin jaren '50

Streken op de werkvloer en voetbal

Met onze chef Roelof Bos kon ik het meestal prima vinden, toch was hij een keer verschrikkelijk kwaad op mij. Aan de voorkant (straatkant) van de garage stonden de grote deuren gewoonlijk helemaal open en wanneer ik dan achter in de garage liep zag ik in de verte de meisjes, waarvan ik er meerdere kende, naar de iets verderopstaande huishoudschool fietsen.
Als jongen van inmiddels 16, floot of riep ik dikwijls naar de voorbijfietsende meisjes. Tot gigantisch grote ergernis van Roelof. Want als hij dan toevallig vóór in de garage liep, zagen de meisjes mij niet maar hem wél. Ze dachten dat hij (als oudere vent) naar ze riep of floot. Voor mij was het hilariteit, maar het maakte onze chef soms verschrikkelijk kwaad. Hij schreeuwde dan naar mij: “Is dat gedonder nou een keer afgelopen?!”

Bart jong
Gaandeweg deed ik steeds meer verantwoordelijke reparaties, wat inhield dat er ook steeds meer van mij verwacht werd. Op zaterdag wilde ik beslist om 1 uur naar huis want ik moest voetballen bij D.V.K. (Door Vlugheid Kracht betekende dat, geloof ik).
Maar als ik dan nog niet klaar was met een reparatie en ik toch naar huis ging, was degene die het van mij over moest nemen niet erg blij met mij. Het kwam steeds vaker voor dat ik te laat was voor de opstelling bij een voetbalwedstrijd. Soms kon ik bij een thuiswedstrijd na de rust nog meespelen.

Faillissement Garage Heijnekamp

Het ging niet goed met Garage Heijnekamp. Vaak zaten wij met een lege benzinepomp, dan moest ik met de Jeep bij Ford garage Kip tegen over ons benzine in jerrycans halen, wat vernederend voelde. Dan weer zaten wij zonder olie en moesten wij in plaats van de gebruikelijke merkolie, gebruik maken van goedkopere olie van Oliehandel De Lange aan de Fabrieksweg.
De oude contactpuntjes, welke wij vernieuwden, zocht Heijnekamp weer van de vloer. Met een contactpuntvijltje en een stukje waterproof schuurpapier bewerkte hij die dan even en deed ze terug in het doosje in het magazijn.

Garagebedrijf Heijnekamp ging uiteindelijk failliet. Dat vond ik verschrikkelijk, want ik was vertrouwd geraakt met de familie en zelfs van ze gaan houden. Zij waren erg goed voor mij geweest.
Omdat ik van mening was mijnheer Heijnekamp nog een laatste dienst te kunnen bewijzen, had ik mijn gereedschap keurig schoongemaakt en netjes gerangschikt in mijn gereedschapskist geborgen. Met een brok in mijn keel leverde ik alles in bij mijnheer Heijnekamp.

Willem en Jaap Meppelink “de kachelsmeden“ waren helemaal gek van de Jeep. Normaal, wanneer ze een kachel moesten halen of wegbrengen, ging het met de bakfiets. Maar nu huurden ze voor een paar centen de Jeep. Het lag dan ook voor de hand dat, toen de Jeep verkocht moest worden, de firma Meppelink eigenaar van de Jeep werd.

Nieuwe baan als aspirant monteur bij Autobedrijf Ford dealer Kip

De meesten van ons hadden vrij snel ander werk, terwijl Roelof tegen mij zei: “Jij gaat niet naar ander werk op zoek. Waar ik naar toe ga daar neem ik jou ook mee naar toe.”
Roelof kon in die tijd bij meerdere garage bedrijven als chef werkplaats aan de slag komen, en uiteindelijk werd het Autobedrijf Ford dealer Kip. Roelof had tegen Kip gezegd: “Oké, wij hebben een akkoord, maar onder nog één voorwaarde: ik wil onze jongste aspirant monteur Bart mee hebben.” Dat was volgens Kip helemaal geen bezwaar, het kwam hem op een jongen meer of minder niet aan. En bovendien, als Roelof hem mee wilde nemen, zou het ook wel niet de grootste klungelaar zijn.

Roelof moest nog één en ander afwerken in het failliete Heijnekamp bedrijf, terwijl ik mij, na overleg door Roelof met Kip, die morgen om 9.30 uur met een schone overall onder mijn arm op het privékantoor bij mijnheer Kip moest melden.
Kip stond al op mij te wachten en zei: “zó .... zó .... jij bent dus Bartje Kleiman,” waarbij hij mij heel vriendelijk een hand gaf. “Vertel ie mij eens Bart . . . . oen vader en moeder bint die getrouwd deur dominee Meijers?”
“Nou het spiet mij heel arg mijnheer Kip, maar ik weet dat echt niet. Ik was er immers ook niet bij,” antwoordde ik. Waarop Kip moest lachen en zei: “een beettie humor, dat mag ik wel.”

Op het kantoormaakte ik kennis met Henk Snippe en Annie van Veen (de dochter van kapper van Veen, later kapper Benjamins) die de boekhouding deden. Vervolgens naar het magazijn waar Jo Swarts de scepter zwaaide - later met assistentie van Piet Fidom -, waarna ik tijdens de koffie aan iedereen uit de werkplaats werd voorgesteld. Maar de meeste monteurs kende ik al.

Kees Leegstra, Benne Vos

Kees Leegstra (toenmalige chef werkplaats) vertelde mij dat ik Benne Vos moest gaan assisteren. Benne natuurlijk onder de motorkap en ik op mijn ligplankje onder de auto.
Dan ineens galmde de stem van mijnheer Kip door de werkplaats:
“Benne .... woar is Benne ....? ? ?”
“Hier bin ik!”, riep Benne terug.
Er volgden driftige voetstappen door de werkplaats en er verschijnen - gezien van onder de auto waar ik op mijn ligplankje lag - een paar schitterende, zwart-glimmend gepoetste schoenen.
“Wat heb ie mij now weer geflikt?” schreeuwde Kip tegen Benne. In een mum van tijd ging het hard tegen hard, waarbij ik angstig van onder de auto naar beider gezichten keek.
“Ie belooft mij koeien met gouden hoorns,” riep Benne, waarop Kip terug schreeuwde: “Ach man .... ik heb oe net zo veul in de reken als een verrotte kool bij de gruunteboer op de karre.”

Het bleek dat er iemand in de garage geweest was voor een tweedehands auto, waarbij Benne gezegd zou hebben: “Kom vanavond maar even naar mijn huis, ik heb daar nog een prachtig mooi autootje staan voor weinig geld.” Dat was natuurlijk tegen de wil van Kip.
Waar Kees Leegstra is gebleven weet ik eigenlijk niet, maar hij verdween en zijn plek werd ingenomen door Roelof Bos.

Verhaal 4