Verhaal

2. Overname garage Kalsbeek door Heijnekamp

Herinneringen eind jaren '40 begin '50

Parkeerhulp voor mijnheer Ram van Niemeijer 

Mijnheer Ram was vertegenwoordiger voor Niemeijer, hij woonde aan de overkant aan de Pesserstraat, vóór of voorbij de kazerne van de bereden politie. Hij stalde zijn groene Citroën met reclame van Niemeijer erop aan het eind van de werkdag dagelijks bij ons in de garage en elke morgen tegen 9 uur bracht ik hem zijn auto weer voor de deur. 

Kantoorwerkzaamheden 

Hilbert Smit onze boekhouder was een aardige vent. Meestal kwam hij ’s morgens tegen 9 uur. Wanneer het koud was en ik tijd had, maakte ik voordat hij er was de kachel op zijn kantoor wel eens aan. Als hij dan kwam was zijn kantoor lekker warm. Ik deed dan een heel klein beetje benzine op een dot poetskatoen met wat houtjes door het deurtje aan de voorkant in de kachel, lucifertje erbij en de kachel brandde, fluitje van een cent. 

En of ik die morgen misschien te veel benzine op de dot poetskatoen gedaan had of te lang gewacht had met mijn lucifer, zodat er gasvorming ontstaan was weet ik niet, maar er volgde een grote knal waardoor de kachel zelfs van de grond kwam en het deksel boven op de kachel met een rotklap tegen het plafond vloog. Iedereen kwam nieuwsgierig aanrennen om te kijken of ik nog leefde en keken met een trieste blik naar alle troep rondom de kachel. 

Emigratie van de familie Kalsbeek 

De mededeling dat de familie Kalsbeek zou gaan emigreren naar Canada sloeg in als een bom. Want ja . . . wat ging er nu gebeuren? Wie zou er nu onze baas worden? Kalsbeek was een rustige gemoedelijke man, een vakman en daarbij ook nog eens zakenman. Als hij het nodig vond, trok hij de overall aan en staken er een paar benen onder een auto uit welke bij nader inzien van Kalsbeek waren. 

Diverse keren ruimden wij de garage op en maakten wij alles spic en span want er zou een mijnheer uit Den Haag komen die de garage zou willen kopen. Steeds weer werden wij teleurgesteld omdat die Haagse mijnheer zich niet aan zijn afspraak had gehouden en verstek had laten gaan. 

Overname garage door Heijnekamp 

Op een morgen toen wij in de garage kwamen, werden wij bij elkaar geroepen en werd ons meegedeeld dat wij een nieuwe baas hadden. De vorige avond was mijnheer Heijnekamp uit Den Haag geweest en had de garage met inventaris en bovenwoning gekocht. 

Mijnheer Heijnekamp was een echte stadsman, vonden wij. Hij stak heel graag de draak met ons Drenten en vooral met ons Drents dialect. De verkeerslichten welke op de kruising Kerkstraat – Raadhuisstraat en Hoofdstaat destijds werden aangebracht vond hij een lachertje, zo zei hij. Mijnheer Heinekamp stotterde nogal en zei dan: “I .... i .... ik neem jou een k .... k .... keer mee Bartje naar Den Haag , da .... da .... dan .... za ... za .... zal ik jou nog eens wat laten zien.” Van het woord “integratie“ had ik in die tijd nog nooit gehoord, maar door zijn manier van doen en zijn uitlatingen was er weinig wat bijdroeg aan een snelle inburgering. 
In Den Haag had Heijnekamp altijd een groot autostallingsbedrijf gehad, zo werd verteld. Waarschijnlijk was dat de reden dat hij meer oog en verstand had van de buitenkant van de auto dan van de binnenkant. 

Roelof Bos en Heijnekamp waren vanaf het begin geen vrienden. Ten eerste moest Roelof de bovenwoning verlaten, want daar ging de familie Heijnekamp zelf wonen, en Roelof kwam in de Dokter van de Veldestraat in een rijtjeshuis te wonen. Daar kwam bij dat Heijnekamp weinig of geen verstand had van auto’s en toch zonder overleg met Roelof Bos als vakman, in alles zelf een beslissing nam. 
Eigenlijk kon ik het heel goed vinden met Heijnekamp, ik werd af en toe in sommige dingen zelfs door hem verwend. Ik mocht mee naar de RAI in Amsterdam en naar zijn familie die in Amsterdam woonde. Heijnekamp knapte de bovenwoning helemaal zelf op, zoals behangen en schilderen enz. waarbij ik het wel leuk vond om hem daarbij te mogen helpen. 

Hilbert onze boekhouder werd vervangen door dochter Gerrie Heijnekamp.  

 Foto ter gelegenheid van de bedrijfsovername. 

Garage Kalsbeek

 

 

 

 

 

 

 

1 Dhr. Kalsbeek 2 Mevr. Kalsbeek 3 Johan Kalsbeek (zoon) 4 Dhr. Heijnekamp 5 Mevr. Heijnekamp 6 Gerry Heijnekamp (dochter) 7 Bart Kleiman 8 Roelof Bos 9 Frans Booij 10 Annie Bos-Blanken (vrouw van Roelof Bos) 11 Goos Plakke 12 Hilbert Smit (boekhouder). 
Er waren meer monteurs, o.a. Jans Vaartjes en Wubbo Haverkamp, welke om onbekende reden niet op deze foto staan.  

Koffie, Hotel Homan en Marten, de stationskruier 

Voorheen, toen Roelof nog boven de garage woonde, zorgde Annie (de vrouw van Roelof) om 10 uur voor de koffie. Maar nu moest ik elke morgen tegen 10 uur een kan koffie halen bij Hotel Homan. 
Via de zijdeur naar binnen en dan wachtte ik even bij Homan in de keuken totdat de kok of Berend Zinger (de ober) de koffiekan gevuld had. 

Op een keer, terwijl ik stond te wachten, kwam Homan de keuken binnen en vroeg aan mij waar de kok was. Ik zei: “Die is even met Marten de kruier een bak briketten halen.“ Het grote fornuis in de keuken werd nog met briketten gestookt.  
Marten was de stations kruier en was bij Hotel Homan kind aan huis. “Oh,” zei Homan, “en van wie zijn dan deze mooie leren handschoenen die hier liggen?” “Die zijn van Marten,” antwoordde ik. “Moet je straks eens opletten wat er gebeurt als Marten er weer aankomt,” zei Homan lachend.  
Homan zei: “Marten, wat heb je mooie handschoenen, mag ik die van jou hebben?” 
Ik schrok mij rot, want Marten bulderde door de keuken “Gij zult niet begeren, staat er in de bijbel!”
Homan, die Marten zijn reactie kennelijk reeds van tevoren kende, maakte zich snel weer uit de voeten naar zijn restaurant, Marten en de kok, maar vooral mij verbouwereerd achter latend. 

Marten Handkar

 

 

 

 

 

Als Marten jarig was, waren er altijd wel
gegadigden die hem en zijn handkar wilden versieren. 

 

Verhaal 3