Verhaal

1. Jongste hulpje garage Kalsbeek

Herinneringen eind jaren '40 begin '50

Jongste hulpje 

Het was nog niet zo lang na de oorlog. In die tijd was het beslist niet vanzelfsprekend om na de Lagere School naar een vervolgopleiding te gaan, maar ik mocht naar de ambachtsschool. Als leerling automonteur kwam ik als jongste hulpje bij Garage Kalsbeek in dienst. Garage Kalsbeek was toentertijd aan de Pesserstraat, hoek Brinkstraat (heette toen nog Stationsstraat). Later heeft Henk Fidom en weer later Dik er een garagebedrijf gehad. 

Technische School
Technische School

 

 

 

 

 

Garage Kalsbeek 

De familie Kalsbeek woonde zelf in de Hoofdstraat terwijl Roelof Bos (chef werkplaats ) boven de garage woonde. Als jongen van - ik denk -15 jaar kwam ik daar bij allemaal grote kerels. Het ging de hele dag door: Bart haal dit eens voor mij en “Reik mij dat eens aan en doe dit en doe dat. Soms was ik blij wanneer de dag erop zat en ik ’s avonds thuis was. 
Ik herinner mij dat onze chef Roelof Bos een keer uit zijn slof schoot en vreselijk kwaad werd en luidkeels door de garage schreeuwde: ”Zijn jullie nou hartstikke gek geworden? Gun die jongen de tijd, en ik zal jullie nog wat vertellen: vanaf nu laten jullie hem met rust en doen jullie het zonder hem, laat dat voor iedereen duidelijk zijn!”
Zo stil het toen in de garage werd had ik het nog niet eerder meegemaakt..
En jij Bart, de accu van die Vauxhall daar is kapot, zet jij daar maar een nieuwe accu in, en denk er om hè, plus aan plus en min aan de massa.
Vanaf dat moment veranderde alles, behalve de zaterdagmorgen daar veranderde weinig aan. Ik moest dan de werkbank op ruimen en de garagevloer aanvegen. Maar al gauw, wanneer het wat druk was, moest ik tussendoor steeds kleine reparatieklusjes doen, met als gevolg dat ook anderen de bezem moesten hanteren. 

Rijden op de servicewagen, de Jeep 

Wij hadden een Jeep als servicewagen. Iedereen ging tussen 12 en 1 uur naar huis om te eten, maar voor mij was dat te ver. En wanneer ik in de haast mijn laatste boterham had weggewerkt, leerde ik mij zelf auto rijden in de Jeep, want man ach man, wat vond ik dat prachtig. Eerst heen en weer door de garage, dagen daar na via de achteruitgang van de garage op eigen garageterrein tot aan de Geka (matrassen fabriek van Kersies). Ik leerde op dat stukje tot in zijn derde versnelling op te schakelen, en achteruit rijden en keren enz. Alles ging zo vanzelf en ik had er ontzettend veel plezier in, en omdat ik alles stiekem deed was het natuurlijk ook reuze spannend!

De verleiding werd steeds groter om eens een keer de stad in te gaan met de Jeep. Meisjes op straat zwaaiden naar mij, en vertelden mij later dat ze mij in de Jeep door Hoogeveen hadden zien rijden, waar ik als jongen maar wat trots op was natuurlijk. Al snel, wanneer ik tussen 12 en 1 uur alléén in de garage was, maakte ik dagelijks een rondje door de stad, over de vele bruggen, door de Schutstraat, Het Haagje de Hoofdstraat.  

Schutstraat

Foto: Schutstraat (smalle kant) Noordzijde.  

 

 

 

 


Ik overwoog zelfs om een keer met de Jeep naar huis te rijden, maar ik was bang dat ik dan in tijdnood zou komen en niet tijdig weer in de garage terug zou zijn. 
 Een keer kwam ik terug van een clandestien ritje toen Jans Vaartjes (een oudere monteur) mij de garage binnen zag komen rijden alsof het dagelijks werk van mij was. Met stomme verbazing keek hij mij aan en begreep niet hoe en waar ik zo goed had leren auto rijden. Jans beloofde mij zeer plechtig mij niet te zullen verraden en er niet met onze chef over te praten. 
Merkwaardig was het wel dat de volgende middag ik nog maar net de garage weer was binnengereden toen ineens Roelof Bos, onze chef, veel eerder dan normaal vanuit zijn woning boven de garage binnen kwam en vroeg: “Wat was je aan het doen Bart?  Hoezo? Waarom vraag je mij dat?, vroeg ik. Heb je soms in de Jeep gereden?” vroeg Roelof.  Hoe kom je daar nou bij!” antwoordde ik. “Dat zou ik toch zeker nooit doen! Roelof legde zijn hand op de motorkap van de Jeep en vroeg: ”Hoe komt die motorkap dan zo warm, Bart?” Nou ja," zei ik, "ik heb hem eens even een klein beetje gestart, dat wel”. Jaaa ..... jaaaaa  ...... een klein beetje gestart,” zei RoelofRoelof keek mij aan, glimlachte zuinig en zei: “Ik ga aan die kant zitten en jij achter het stuur en laat mij eens zien wat je kunt."
Terwijl wij heel Hoogeveen kriskras doorreden, werd Roelof helemaal stil; af en toe keek hij mij van opzij aan. Gaandeweg maakte Roelof zo nu en dan een opmerking, zo in de vorm van:
”Waarom maak je die bocht naar rechts zo ruim, je moet meer op je eigen weghelft blijven.

Bij terug komst in de garage heb ik alles eerlijk opgebiecht omtrent mijn clandestiene bezigheden, waarbij Roelof te kennen gaf zeer verbaasd te zijn over mijn auto rijden. Ik had beloofd mijn stiekeme ritjes in het vervolg achterwege te laten, maar kreeg in veel dingen wel meer vrijheid. Vanaf nu hielp ik elke morgen alle auto’s uit de garage naar buiten te rijden.

Verhaal 2