Verhaal

Het verhaal gaat....

Over een vriendelijke machinist

Dit heeft zich ergens in het begin van de vorige eeuw afgespeeld in het ruige veenlandschap, waarschijnlijk in de buurt van Noordscheschut.

Tram in het landschap

Het was nog vroeg. Over het veenlandschap trokken flarden mist. Door de opkomende zon leek het veen in brand te staan. De machinist staarde in de verte over het landschap. Rende daar nou iemand door het veen?  Door het tegenlicht is het moeilijk te zien. Ja hoor, de machinist heeft het goed gezien. Het is een veenarbeider die rennend door het veld gaat. Hij zwaait met zijn armen wild in de lucht. “Als hij meewil, moet hij harder lopen”, zegt de machinist tegen de stoker. “Dat redt hij nooit”, antwoordt deze. De man in het veld heeft zijn pet afgenomen en zwaait er mee boven zijn hoofd.

“We kunnen wat afremmen, dan kan hij mee. Het is nog vroeg en we liggen goed op schema.” De stoker kijkt op naar de machinist. “Jij bent de baas.” ”Toe maar we remmen wat af.” Iets langzamer boemelt de tram voort. De man in het veld lijkt het door te hebben en sprint nog harder dan hij al deed. Uiteindelijk komen ze gelijktijdig bij de tramhalte aan. “Stap in.” zegt de machinist. “Nee”, hijgt de man, “Ik wou alleen maar zeggen dat ik morgen met jullie mee ga.”