Verhaal

Jenneke Koster heeft goede herinneringen aan de binnenvaart

HM010101090

Jenneke Koster (1947) uit Hoogeveen komt uit een echte scheepvaartfamilie. Haar vader en moeder voeren schip, net als veel ooms, tantes, neven en nichten. Zelf heeft ze altijd aan wal gewoond, maar toch zit de scheepvaart haar in het bloed.

Haar grootouders vervoerden turf. Omdat haar ouders op een zeeschip voeren konden ze niet in de binnenvaart van Hoogeveen komen, maar veel van Jenneke’s andere familieleden wel. Zoals de twee broers van haar vader en de drie broers van haar moeder, die Mannak van de achternaam heette. Allen zaten zij in de scheepvaart en woonden ze op hun boten. Ze vervoerden onder meer turf, graan, zand en grind uit de Maas, ijzeren palen en pijpen en kunstmest. Naast vijf ooms en tantes had Jenneke ook zestien neven en nichten in de scheepvaart. Ook haar beide grootvaders waren schippers, net als hun broers.

Jenneke Koster groeide op in Hoogeveen, waar ze aan wal woonde. Als haar ouders op zee waren verbleef ze bij een gastgezin Hoogeveen, in de wintermaanden was het gezin samen. Meevaren deed ze als familieleden in de Hoogeveense vaarten terugkeerden van hun reizen door Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. ,,Als ik wist dat ze kwamen stond ik ze al van ver op te wachten’’, herinnert Koster zich. ,,En dan voer ik het laatste stukje mee. Schippersfamilies zijn vaak heel hecht. Je weet nooit precies wanneer je elkaar weer ziet, dus je geniet dan van elk moment.’’ Haar beide ouders komen uit scheepvaartfamilies en dat is ook hoe de twee elkaar leerden kennen in de jaren dertig. ,,In Rotterdam en Amsterdam waren veel jeugdverenigingen voor schipperskinderen. Als er ‘s winters niet gevaren kon worden gingen ze schaatsen op de Kralingse plassen. Zo hebben ze elkaar ontmoet.’’

Het was een mooie tijd, toen al haar familieleden in de Hoogeveense vaarten aanlegden. Maar veel veranderde toen de binnenvaarten gedempt werden, zo halverwege de jaren zestig. ,,Iedereen is wel door blijven varen, maar er kwam een verschuiving. Ze konden niet meer in Hoogeveen komen en gingen allemaal ergens anders varen. Ik zag ze daardoor een stuk minder. Dat vond ik erg jammer.’’ Een van de laatste activiteiten in de binnenvaarten van Hoogeveen kwam op naam van haar familie. ,,Een van mijn nichtjes ging trouwen. Toen lagen er zes of zeven boten van familieleden aan de Alteveerstraat. Dat was een schipperstraditie. We hebben daar met z’n allen feest gevierd. Het was kort voordat de vaarten gedempt werden, we hebben er de Hoogeveensche Courant nog mee gehaald.’’

Het water op Het varen trekt Jenneke nog altijd. Als de mogelijkheid er is gaat ze graag het water op. Haar eigen kinderen doen niet iets in de scheepvaart. ,,Onze jongste had er wel al vroeg belangstelling voor, maar is er uiteindelijk niet iets mee gaan doen. Er is tegenwoordig ook minder scheepvaart. Daarnaast leert de jongere generatie langer door. Er zijn wel een aantal in de familie die iets doen wat met scheepvaart te maken heeft, zoals werken op een werf, maar de meesten zijn iets anders gaan doen.’’

Door Mark Voortman
Eerder verschenen op de Bibliotheekpagina in de Hoogeveensche Courant van 28 augustus 2013

Alle rechten voorbehouden